Het verhaal
De Fransman Erik Satie (1866-1925) werd geboren in de havenplaats Honfleur. Op het conservatorium twijfelde men aan zijn talenten. Hij volgde de raadgevingen van zijn leraren nauwelijks op. Later als componist nam hij het ook niet zo nauw met de bestaande regels. Soms noteerde hij voor de grap muziekjes op vier in plaats van vijf lijnen, liet maatstrepen weg en krabbelde allerlei tekeningetjes en opmerkingen tussen de noten zodat deze vaak onleesbaar waren… Ondanks zijn kolderieke levensstijl en bijzondere manier van componeren oefende hij invloed uit op tijdgenoten zoals Debussy, Ravel, Milhaud e.a.
Tegenwoordig is de Parijse exentriekeling vooral bekend van zijn Trois gymnopedies (1888) en Gnossennies (1890). Deze korte stukken muziek worden inmiddels tot de pareltjes van de pianoliteratuur gerekend. Het ongewone van de korte pianowerkjes is dat het lijkt alsof er zo maar wat akkoorden zijn neergeschreven met daarboven lukraak een melodielijn. Verder is het merkwaardig dat deze akkoorden of stukjes melodie in de lucht blijven hangen. Satie hield weinig rekening met de gangbare harmonie-eisen. Inmiddels zijn de ‘Satie stukjes’ een geheel eigen leven gaan leiden en kunnen zij eigenlijk met niets en niemand vergeleken worden. Men rekent de pianomuziek van Satie tegenwoordig tot het impressionisme.
RARITEITEN
Het werk Vexations (ergernissen) is een kort werk voor piano maar dient 840 keer gespeeld te worden. Pianist John Cage presteerde dat in 1963. Een uitvoering duurt bijna een gehele dag. Men verdeelt het werk onder minimalisme.
Satie heeft één liefde gekend, Suzanne Valadon. Hij ontmoette haar toen hij 21 was maar zij verliet hem omdat zij zijn dissonante klanken niet kon verdragen.
Satie richtte zelf een kerkgenootschap op, de Eglise Métropolitaine d’Art de Jésus Conduteur. Hij zou het enige kerklid worden.
De laatste 30 jaar van zijn leven woonde hij in een piepklein appartementje – een kast – in een verre buitenwijk. Dagelijks wandelde hij de 10 kilometers naar het centrum van Parijs, met een hamer op zak ter verdediging. Meestal miste hij de laatste trein terug en liep hij weer terug.
Soms gaf hij zijn werken onbegrijpelijke titels als: Drie stukken in de vorm van een peer of Uitgedroogde embryo’s…
Naar verluid moest zijn eten wit van kleur zijn: eieren, suiker, geraspte botten, vet van dode dieren, kalfsvlees, zout, kokos etc…
Met zijn Musiques d’ameublement, achtergrondmuziek, was hij zijn tijd ver vooruit. Hij ergerde zich als men er aandachtig naar luisterde.
Na zijn dood trof men in zijn appartement een honderdtal ongebruikte paraplu’s aan.
Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.












