Het verhaal
Claude Debussy (1862- 1918) werd in hartje Parijs geboren. Zijn ouders dreven een winkel in huishoudartikelen. Vader was veel van huis op zoek naar beter werk en andere vrouwen, maar ook was hij geïnteresseerd in kunst. Naar school ging Claude niet. Lezen, rekenen en schrijven leerde hij van zijn moeder. Pianospelen werd zijn grote hobby. Een tante betaalde de lessen. Spoedig werden de talenten van Debussy ontdekt. Hij werd uit een groepje muzikale wonderkinderen geselecteerd en gehuld in een matrozenpakje betrad hij als tienjarige de statige trappen van het conservatorium.
De Suite Bergamasque uit 1905 is bij het grote publiek beroemd geraakt door het voorlaatste deel, het nachtstuk Clair de lune (Een titel van de dichter Paul Verlaine). De vierdelige suite wordt beschouwd als een van de eerste impressionistische stukken van Debussy. Door zijn nieuwe klankkleuren, effecten, ingenieuze harmonieën en het pedaalgebruik is Debussy’s bijdrage aan de pianomuziek van de twintigste eeuw vergelijkbaar met die van Chopin van de negentiende eeuw.
De excentrieke Debussy moest weinig hebben van de Wagnercultus en de zich steeds maar herhalende Beethovenconcerten. Hij vroeg zich af waarom concertzaaldirecteuren niet eens iets nieuws aanboden. Behalve dat hij onder de indruk was van het vrouwelijk schoon en zich inliet met de nieuwe generatie Franse kunstschilders was hij geboeid door collega-componisten. Ook had hij belangstelling voor de Javaanse muziek dat werd gepresenteerd tijdens de wereldtentoonstelling eind jaren tachtig van de negentiende eeuw in Parijs. Behalve met deze muziek maakte hij daar ook kennis met de nieuwe generatie Russische componisten. Met name de muziek van Modest Moessorgski (1839-1881) maakte grote indruk op Debussy.
Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.












