Het verhaal
Een van de grootste componisten van de twintigste eeuw was ongetwijfeld Lord Benjamin Britten (1913 – 1976). Veel van zijn composities schreef hij voor zijn vriend, huisgenoot en collega, tenor Sir Peter Pears (1910 – 1986). Volgens kenners is Britten zelfs de beroemdste Engelse componist aller tijden. Britten heeft een schat aan uiteenlopende (vooral vocale) muzikale werken nagelaten. Geen andere componist zag zoveel van zijn werken kort na publicatie al op de grammofoonplaat vastgelegd. Dit droeg vanzelfsprekend bij tot de bekendheid van Britten en Pears. Zes maanden voor zijn dood werd hij in de adelstand verheven.
De prachtige Serenade voor tenor, hoorn en strijkers opus 31 schreef Britten voor zijn vriend en tenor Peter Pears. Maar ook de hoornist Dennis Brain, volgens zeggen een van de grootste hoornisten van de twintigste eeuw, deelde in die eer. De eerste uitvoering werd gegeven in oktober 1943 in Londen. Britten was een zeer productief componist. Op zijn vijftigste liet hij al een catalogus maken van zijn oeuvre.
Britten liet zich liever niet in met atonaliteit. Dit is al direct te horen in de proloog van de serenade waarin de hoorn een indrukwekkende solo speelt. Zachte klanken, gebroken drieklanken om de stemming van het geheel aan te duiden. De hoornsolo herhaalt zich als epiloog. De twee hoornsolo’s omsluiten een zestal gezongen gedichten. In de Serenade wordt de hoorn gebruikt als commentator op de door de tenor gezongen tekst.
Britten maakte een bloemlezing van verschillende Engelse dichters. De gedichten zelf hebben weinig of niets met elkaar te doen.
- Prologue – hoorn solo Pastoral – 2. The Evening Quatrains 3. Nocturne – Blow, bugle 4. Elegy – The Sick Rose 5. Dirge – Lyke-Wake Dirge 6. Hymn – Hymn to Diana7. Sonnet – To Sleep 8. Epilogue – hoorn solo
Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.












