Het verhaal
Louis Durey werd in 1888 geboren in Parijs. Hij stierf in 1979 in Saint Tropez. Als jongeman volgde hij lessen aan de Schola Cantorum in Parijs. Hij was een fan van Claude Debussy en Erik Satie. Vocale muziek had zijn voorkeur.
Durey werd ontdekt door Maurice Ravel die pianomuziek van hem hoorde en hem in kennis bracht bij zijn uitgever. Hij sloot zich aan bij de componistengroep Group des Six (Milhaud – Honegger – Poulenc – Tailleferre – Auric – Durey).
Na de breuk met Les Six verhuisde Durey naar Saint Tropez en zette zich aan tot het componeren van vooral liederen, kamermuziek en de opera l’Occasion.
In 1929 trouwde Durey met Anne Grangeon en in 1930 verhuisde hij toch weer naar Parijs. Tijdens de Duitse bezetting, gedurende de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het verzet en schreef hij liederen op antifascistische teksten. Zijn werken buiten de communistisch kring hadden nauwelijks belangstelling.
Behalve voor de menselijke stem, waaronder Liederen en Cantates, schreef Durey drie Strijkkwartetten, Concertino voor piano en blazers, Pianosolo, muziek voor Strijkinstrumenten.
Voor stem en piano componeerde Durey in 1919 de liedcyclus Le Bestiaire ou Cortège d’Orphée (Bestiarium of de processie van Orpheus), opus 17, naar 26 gedichten van Apollinaire. De gedichten omhelzen gedichten waarin dieren een hoofdrol spelen. In 1958 verscheen er een versie voor stem en kamerorkest. Meerdere componisten waaronder Francis Poulenc maakten zettingen op deze middeleeuwse gedichten.
Houtgravures van Le Bestiaire zijn gemaakt door Raoul Dufy, gepubliceerd in 1911. Het Metropolitan Museum of Art besteedde in 1977 aandacht aan de houtsneden van Dufy.
Voorkomende dieren in muziek en houtsnede zijn o.a.: paard – slang – kat – leeuw – dromedaris – muis – vlo – olifant…
Heeft u een opmerking of aanmerkingen over dit item, horen wij dit graag van U.












